Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)

Documents

Synthèse : indicatif présent
Applications : de OTT
Liste de verbes

En néerlandais, pratiquement tous les verbes se terminent par -EN à l’infinitif : wonen, werken… (sauf gaan, staan, doen, zien, slaan).

On obtient de radical d’un verbe en enlevant cette terminaison.

InfinitifRadical
WerkenWerk

Formation générale

Enkelvoud

 

(Singulier)

Ikwerk/
Jewerk+ t
Hijwerk+ t
Ze
Meervoud

 

(pluriel)

We / wijwerk+ en
Julliewerk+ en
Ze / zijwerk+ en

Il faut appliquer la règle des sons courts et longs. Il y a donc un redoublement de la voyelle pour maintenir un son long dans une syllabe fermée.

Nemen > ik neem


À la forme interrogative (lorsqu’on inverse le verbe et le sujet), à la deuxième personne du singulier, il n’y a pas de terminaison.

Werk je ?


À la deuxième personne du pluriel, le néerlandais possède une forme de politesse : U

Le verbe se conjugue alors en ajoutant un « T » même si c’est du pluriel.

U werkt


Cas particuliers

 Zijn

 

(être)

Hebben

 

(avoir)

Gaan

 

(aller)

Ikbenhebga
Jebenthebtgaat
Hij, ze, hetisheeftgaat
We, wijzijnhebbengaan
Julliezijnhebbengaan
Ze, zijzijnhebbengaan

Radical se finit par « Z » ou « v »

Iklees
Jeleest
Hij, ze, hetleest
We, wijlezen
Jullielezen
Ze, zijlezen

En néerlandais, un mot ne peut pas se terminer par un « z » ou un « v ».

C’est pareil pour le radical.

Le « Z » se change en « S »

Le « V » se change en « F ».

Beven (trembler) > beef

Lezen (lire)  > lees


Radical se finit par « T 

Ikpraat
Jepraat
Hij, ze, hetpraat
We, wijpraten
Julliepraten
Ze, zijpraten

Deux lettres semblables ne peuvent terminer un mot.

Au singulier, on n’ajoute donc pas la terminaison « T » si le radical se termine déjà par un « T ».

Gaan > ik ga

Wachten > hij wacht.


  Zijn
Être
Hebben
Avoir
Gaan
Aller
Ik ben heb ga
Je bent hebt gaat
U bent hebt gaat
Hij / ze /het is heeft gaat
We zijn hebben gaan
Jullie zijn hebben gaan
Ze zijn hebben gaan
  Doen
Faire
Werken
Travailler
Eten
Manger
Ik doe werk eet
Je doet werkt eet
U doet werkt eet
Hij / ze /het doet werkt eet
We doen werken eten
Jullie doen werken eten
Ze doen werken eten
  Slapen
Dormir
Zeggen
Dire
Blijven
Rester
Ik slaap zeg blijf
Je slaapt zegt blijft
U slaapt zegt blijft
Hij / ze /het slaapt zegt blijft
We slapen zeggen blijven
Jullie slapen zeggen blijven
Ze slapen zeggen blijven

Laisser un commentaire

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. En savoir plus sur comment les données de vos commentaires sont utilisées.